Sjoerd

pag-142-img_3290.jpg

De hitte was drukkend. Hij had het zolderraampje opengezet, maar dat gaf geen enkele verkoeling.
Wat ongemakkelijk kijkt hij om zich heen. Het is zeker een jaar geleden dat hij bij zijn dochter op haar studentenkamer  was. In zijn herinnering was het toen niet zo.. zo gezellig.
Het ruikt nu ook anders. Hij herkent de lucht, wat is het ook alweer?
Sinds die behandelingen in het ziekenhuis ruikt hij scherper. Die lucht..?
‘Wil je thee Sjoerd?’
Hij schrikt op, ‘Sjoerd’,  zegt zijn dochter, dat steekt hem.
Toen ze op zichzelf ging wonen had ze koeltjes meegedeeld: ‘ Ik ben volwassen. Vanaf nú noem ik jullie bij je voornaam, geen pap en mam meer, wen er maar aan.’
Maar  hij kan er niet aan wennen, Sjoerd klinkt zo afstandelijk.
‘Graag Lotje met een beetje suiker.’
Vaag hoort hij haar zeggen dat suiker slecht is voor een mens. ‘Maar jij kan wel wat  extra’s gebruiken. Je bent zo mager geworden, het staat je niet dat smalle koppie.’

Naar  een man ruikt het hier, aftershave; Between Sheets’ herkent hij. Lotje had het hém gegeven op een verjaardag. Zou ze een vriend hebben? Die uitgelubberde boxershorts aan de waslijn? Zeker weer zo’n alternatieve klaploper. Waarom weet hij daar niks van.? Het zweet breekt hem uit, moet hij er wat van zeggen?
‘Gewoon doen’, maant hij zichzelf.
Zou die gast meegaan op die backpackers-reis?
Hij schuift onrustig op het rode Ikeastoelje. ‘Hoelang blijf je nu weg Lotje?’
Ondanks zijn voornemen klinkt zijn stem enigszins argwanend.

Zijn dochter legt een dik plak cake naast zijn theeglas. ‘Zelf gebakken, dat vond je toch altijd zo lekker?’
Sjoerd’s ogen vullen zich met tranen, ‘Wat aardig, dat je daar aan gedacht hebt.’ Hij slikt, kucht ‘ehum.’
Verbaasd kijkt zijn dochter op. Zo gauw ontroerd? Zo kent ze haar introverte vader niet.
‘Ik ga een jaar weg, tenminste dat is de bedoeling. We willen onderweg werken om geld voor de reis te verdienen.’
‘We?’
‘Nou ja, ik ga waarschijnlijk met een vriend.’
‘Waarschijnlijk?’
Sjoerd  gaat rechtop zitten, alert: ‘ Hoezo waarschijnlijk?’  Hij ziet de zwarte shorts aan het waslijntje lusteloos bewegen.
Zijn stem klinkt hard en verongelijkt als hij vraagt: ‘Overmorgen vertrek je. Ik neem aan dat je nu wel weet wie je reisgezelschap is. Waarom doe je daar zo geheimzinnig over? Mogen wij het soms niet weten?’
Lotjes gezicht wordt kil, afwerend; ‘ Bemoei je er niet mee.’
Even is er, ondanks de fel schijnende zon, een dikke, donkere stilte.

Sjoerd kan zich wel voor zijn kop slaan. Hij had zich zo voorgenomen dit bezoek ontspannen en harmonieus te laten verlopen en zeker geen strijd te leveren.
Zo reageerden zijn dochter en hij altijd op elkaar. Heftig, kortaangebonden, gauw op hun achterste benen bij vermeend onrecht.  Nu niet, nu zeker niet een confrontatie.

‘Sorry’ zegt hij zacht, ‘dit had ik niet moeten zeggen.’
‘Drink je thee even op, ik heb heerlijk truffels gehaald. Niet zo goed voor je, maar deze zijn zo lekker.’ Zijn dochter  legt lief twee enorme slagroomtruffels naast zijn glas en schenkt thee bij.
Onhandig probeert Sjoerd het gesprek weer op gang te brengen.
‘Lotje, je moeder en ik, nou ja, je weet wel, we willen je heel graag heelhuids terug hebben. We zijn bezorgd. Je bent zolang onderweg, onveilige landen, je weet niet..’
Hij probeert zijn gedachten te formuleren, roert onafgebroken in zijn theeglas.
Hoe zeg je nou rustig, zonder paniek te zaaien, dat je weet dat ze elkaar nooit weer zullen zien? Hoe neem je op een liefdevolle manier afscheid? Hoe zeg je dat ze niet thuis hoeft te komen als het zo ver is. Dat hij zo ook wel weet dat ze van hem houdt.
‘Waarom is mama eigenlijk niet meegekomen?’
Helpt Lotje hem? Weet ze wat hij wil zeggen? Dit is zijn kans.
‘Ik heb..’ Sjoerds dunne vingers wrijven nerveus over zijn kale hoofd. Hij kucht...
‘Pap, ik weet dat mama en jij bezorgd zijn. Ik zal heel voorzichtig zijn. Met het eten, met water drinken, met het reizen, maar met jou en mama kan net zo goed iets gebeuren. Je bent nergens zeker van toch? Laten we maar genieten van elk goed moment. Er zijn overal internetcafés. Ik mail jullie en jullie mij, zo houden we contact.’
Sjoerd knikt, hij heeft het gehoord. ‘Pap’, zei ze.
Hij heeft zich weer onder controle. Het is goed zo, waarom nu met die noodlottige boodschap komen en haar reis bederven. Komt tijd, komt raad, neem het leven zoals het zich aandient. ‘Je hebt gelijk. Ik wens je een hele goede reis lieve dochter, hij streelt licht haar  wang. Veel plezier met je, hij knipoogt, vriend. Je ziet mama op Schiphol.’
Ontroerd slaat zijn dochter haar armen om hem heen. ‘Dag papa Sjoerd’ fluistert ze in zijn hals. ‘Alles komt goed.’
Als hij langzaam de trap afloopt van zijn dochters studentenflatje hoort hij haar hees roepen: ‘Sjoerd, ik heb een open retourticket in mijn rugzak!’